Implantaten
Het komt voor dat een kunstgebit, of alleen het gedeelte dat bestemd is voor de onderkaak, niet goed blijft zitten. Een loszittend onderkunstgebit is zelfs de meest voorkomende klacht bij mensen die een volledig kunstgebit dragen. Een tandprotheticus kan in dergelijke gevallen de hulp van een implantoloog inroepen. In nauwe samenwerking kunnen tandprotheticus en implantoloog ervoor zorgen dat uw kunstgebit wel goed zit, met een klikvaste oplossing.
Implantaat is een kunstwortel.
Een implantaat is een kunstwortel die als een schroef in de kaak wordt geplaatst. Deze komt op de plaats waar vroeger uw tanden en kiezen stonden. Meestal wordt niet voor iedere tand een implantaat geplaatst. Om een kunstgebit goed te kunnen dragen zijn 2 tot 4 implantaten voldoende.
Een implantaat is in de regel gemaakt van titanium en heeft een keramische buitenlaag. Dit zijn beide materialen die het lichaam niet afstoot. Een implantaat heeft een doorsnee van ongeveer 4 millimeter en is 10 tot 16 millimeter lang. De plaatsing gebeurt altijd onder plaatselijke verdoving.
Zelden is een implantaat in de bovenkaak nodig; implantaten in de onderkaak komen veelvuldig voor. Als uw kaak geheel genezen is van de ingreep en het implantaat in het bot vastzit, biedt het implantaat houvast aan uw uiteindelijke kunstgebit.
Wanneer kiezen voor implantaten
Een implantaat wordt vaak geplaatst als u over het functioneren van een ‘normaal’ kunstgebit niet tevreden bent en klachten blijft houden. Of als u na verloop van tijd klachten ontwikkelt. Bij langdurig dragen van een kunstgebit blijft met name de onderkaak slinken. Uw onderkaak wordt minder hoog en uw ondergebit gaat steeds losser zitten. Het kunstgebit schuift over het tandvlees met daaronder het kaakbot, wat klachten kan geven.